Aus tiefer Not schrei’ ich zu dir betekent: “Uit diepe nood roep ik tot U.” De tekst is een parafrase van Psalm 130 en werd geschreven door Martin Luther. Het koraal behoort tot de bekendste boete- en gebedsliederen uit de Lutherse traditie. De woorden drukken een intense roep om genade uit: de mens die zich bewust is van zijn tekortkomingen en zich tot God wendt in hoop op vergeving. Johann Sebastian Bach gebruikte deze melodie verschillende keren in zijn composities en gaf er telkens een andere muzikale vorm aan.
Dit indrukwekkende orgelstuk behoort tot de Clavier-Übung III, de grote verzameling orgelwerken die Bach in 1739 publiceerde. De koraalmelodie verschijnt in lange noten, terwijl de andere stemmen een dicht en rijk contrapunt vormen. Kenmerken van deze muziek: • De koraalmelodie klinkt plechtig en langzaam. • De overige stemmen bewegen zich in een streng contrapuntisch weefsel. • De muziek heeft een monumentaal en ernstig karakter. Het stuk behoort tot de meest complexe en indrukwekkende koraalbewerkingen die Bach voor orgel schreef.
Wanneer je naar dit stuk luistert hoor je hoe de stemmen zich langzaam en krachtig door elkaar bewegen.
Bijzonder is de dubbele pedaalpartij: twee zelfstandige stemmen die tegelijk door de voeten van de organist worden gespeeld. Dat komt in orgelmuziek maar zelden voor en vraagt een enorme onafhankelijkheid van de speler.
Sommige organisten beschouwen dit werk daarom als een soort monument van het pedaalspel. De diepe beweging van de basstemmen geeft de muziek een bijzondere zwaarte — alsof de roep uit Psalm 130 letterlijk uit de diepte opstijgt.
In de architectuur van de Clavier-Übung III vormt dit stuk bovendien een van de meest indrukwekkende momenten: een donkere, plechtige koraalfuga waarin Bach het contrapunt tot grote hoogte voert.
Op deze pagina begint een kleine reis door het orgelwerk van Bach. Niet als complete encyclopedie — daar zijn al bibliotheken vol van — maar als een persoonlijke ontmoeting met muziek die al bijna drie eeuwen klinkt. En nog steeds dezelfde vraag stelt: blijven we luisteren?