O Lamm Gottes, unschuldig betekent: “O Lam Gods, onschuldig.” De tekst van dit koraal behoort tot de oudste liederen van de Lutherse kerk en is een Duitse parafrase van het Agnus Dei uit de katholieke mis. Het lied richt zich tot Christus als het Lam van God dat de zonden van de wereld draagt. Het koraal werd traditioneel gezongen in de tijd rond Goede Vrijdag en vormt een moment van bezinning op het lijden van Christus. Johann Sebastian Bach gebruikte deze melodie verschillende keren in zijn composities en gaf er telkens een eigen muzikale vorm aan.
Dit stuk behoort tot de Leipziger Choralen, een verzameling grote orgelkoralen die Bach in zijn latere jaren in Leipzig samenbracht. In deze uitgebreide koraalbewerking verschijnt de melodie in lange noten, terwijl de andere stemmen zich vrij en expressief daaromheen bewegen. Kenmerken van deze muziek:
• De koraalmelodie klinkt langzaam en plechtig.
• De begeleidende stemmen bewegen zich vloeiend en expressief.
• De muziek heeft een intens meditatief karakter.
De muziek ademt een sfeer van ernst en contemplatie die goed past bij de tekst van het koraal.
Wie goed luistert hoort hoe de koraalmelodie langzaam en plechtig door de muziek heen beweegt. De andere stemmen vormen een voortdurend bewegend weefsel rondom de koraallijn. Daardoor ontstaat een intense en meditatieve sfeer. Opvallend is hoe Bach de melodie rijk versiert. De eenvoudige koraallijn wordt omgeven door sierlijke lijnen die de muziek bijna laten zingen. Het resultaat is een muziek die tegelijk ingetogen en expressief is — alsof Bach het koraal niet alleen speelt, maar overdenkt.
Op deze pagina begint een kleine reis door het orgelwerk van Bach. Niet als complete encyclopedie — daar zijn al bibliotheken vol van — maar als een persoonlijke ontmoeting met muziek die al bijna drie eeuwen klinkt. En nog steeds dezelfde vraag stelt: blijven we luisteren?