Durch Adam kam der Tod betekent: “Door Adam kwam de dood.” De tekst verwijst naar een centrale gedachte uit de christelijke theologie: door de zondeval van Adam kwam de dood in de wereld, maar door Christus kwam het leven terug. Het koraal behoort tot de paasliederen van de Lutherse traditie en vormt een muzikale meditatie over dood en opstanding. De melodie is sober en ernstig van karakter. De tekst en muziek drukken een diepe tegenstelling uit: eerst de dood, daarna de overwinning van het leven. Johann Sebastian Bach gebruikte dit koraal in zijn verzameling Orgelbüchlein, waarin hij korte maar uiterst geconcentreerde koraalvoorspelen componeerde.
Dit stuk behoort tot het Orgelbüchlein, een verzameling van korte koraalvoorspelen die Bach waarschijnlijk rond 1708–1717 begon samen te stellen in Weimar. In deze bewerking ligt de koraalmelodie in de sopraan, duidelijk hoorbaar boven de begeleidende stemmen. Wat deze muziek bijzonder maakt is het karakter van de begeleiding: • De koraalmelodie klinkt langzaam en ernstig. • Daaronder bewegen de begeleidende stemmen in een voortdurend dalend motief. • Deze beweging geeft de muziek een gevoel van zwaarte en onontkoombaarheid. De dalende lijnen worden vaak geïnterpreteerd als een muzikale verbeelding van de dood die door Adam in de wereld kwam. Het stuk behoort tot de meest expressieve miniaturen uit het Orgelbüchlein.
Wanneer je naar dit stuk luistert, hoor je hoe de koraalmelodie rustig en plechtig boven de muziek uitkomt. Daaronder bewegen de stemmen onophoudelijk naar beneden. Deze dalende beweging geeft het stuk een donkere en meditatieve sfeer. Toch blijft de melodie helder aanwezig — als een herinnering aan hoop en verlossing.
Op deze pagina begint een kleine reis door het orgelwerk van Bach. Niet als complete encyclopedie — daar zijn al bibliotheken vol van — maar als een persoonlijke ontmoeting met muziek die al bijna drie eeuwen klinkt. En nog steeds dezelfde vraag stelt: blijven we luisteren?