Het Capriccio sopra la lontananza del suo fratello dilettissimo (BWV 992) behoort tot de vroegste werken van Johann Sebastian Bach. De titel betekent: “Capriccio over het vertrek van zijn zeer geliefde broer.” Het stuk werd waarschijnlijk rond 1704 geschreven en vertelt in verschillende korte delen het verhaal van een broer die op reis gaat. Daarmee is het een van de zeldzame voorbeelden van programmamuziek in Bachs oeuvre. Het eerste deel, Arioso, beschrijft het moment waarop vrienden en familie het vertrek betreuren.
Dit openingsdeel heeft een rustig en expressief karakter. In plaats van een strenge fuga kiest Bach hier voor een bijna zangachtige melodie. Kenmerken van deze muziek: • Een vloeiende en lyrische melodielijn.
• Een zachte begeleidende beweging.
• Een contemplatieve en melancholische sfeer.
De muziek heeft daardoor iets intiems — alsof het verhaal van het vertrek langzaam wordt verteld.
In dit eerste deel hoor je vooral een sfeer van weemoed en afscheid. De melodie beweegt rustig en bijna zingend door de muziek. Het stuk lijkt minder bedoeld om te imponeren dan om een gevoel uit te drukken: het moment waarop vrienden beseffen dat iemand werkelijk zal vertrekken. Als begin van het Capriccio zet dit Arioso meteen de toon van het verhaal — een reis die nog moet beginnen, maar waarvan het afscheid al voelbaar is.
Op deze pagina begint een kleine reis door het orgelwerk van Bach. Niet als complete encyclopedie — daar zijn al bibliotheken vol van — maar als een persoonlijke ontmoeting met muziek die al bijna drie eeuwen klinkt. En nog steeds dezelfde vraag stelt: blijven we luisteren?